Het overkwam me in die tijd dat ik na een rit door Duitsland of Frankrijk op de terugweg naar huis in de buurt van
Spa-Francorchamps verzeild raakte. De avond was inmiddels al niet zo jong meer maar omdat ik de verleiding toch niet
kon weerstaan besloot ik het circuit nog even aan te doen.
Even wat info over dit asfaltparadijs: dit circuit bestond in die tijd voor een groot deel nog uit openbare weg.
Wat in de praktijk dus inhield dat een deel van het circuit buiten de evenementen om voor het publiek toegankelijk was.
Dat niet alleen: een belangrijke verbindingsweg tussen de dorpjes Francorchamps en Stavelot liep via het circuit. Vanwege
deze toegankelijkheid heb ik in die tijd enkele keren met de auto de beruchte Eau-rouge-Raidillon bochten combinatie
onder handen kunnen nemen. Weliswaar in een ouwe mannetjes tempo maar het maakte desondanks wel indruk op me. Het bijzondere
aan die slinger in het circuit is overigens dat het een helling betreft met een stijgingspercentage van 20%. Vanaf de
La Source bocht naar beneden rijdend krijg je vlak voor Eau rouge dan ook het onvermijdelijke gevoel tegen een muur
van asfalt aan te zullen rijden. Totdat je, als in een snelle lift, a.h.w. langs het asfalt omhoog gehesen wordt. Maar
goed, die tijd is geweest want tegenwoordig is deze “heilige grond” tot een permanent circuit verheven en
is dus niet meer vrij toegankelijk voor Jan met de pet, zoals ik. De achtergrondafbeelding van deze pagina is gescand
van een dia die ik (voor zover ik me kan herinneren) in 1997 heb gemaakt. Het geeft in ieder geval een indruk van de
bedoelde bochtencombinatie zoals die destijds was. Inmiddels is de uitgang van de pitlane verplaatst.
Op de bewuste avond had ik de auto vlak bij het circuit aan de rand van het dorpje Francorchamps neergezet, dichtbij
de La Source bocht, en was het circuitterrein opgelopen. Het zou een bijzondere ervaring worden. Rond die tijd had
kennelijk iedere bewoner van de Belgische Ardennen al besloten zich niet meer buiten de deur te wagen. Er was daardoor
niets te horen dat ook maar enigszins deed vermoeden dat er tot in de verre omtrek nog leden van het menselijke ras
actief waren. Zelfs de natuur had een paar passen teruggedaan en hield zich afzijdig. Er was geen wind te vernemen,
geen enkel geluid te horen, geen trilling te voelen. Zelfs geen verre vliegtuigmotor liet zich horen. Slechts de totale
stilte hing als een gordijn om me heen. Tot honderd meter verderop kon je zo nu en dan een boomblad nog horen vallen.
Met donderend geraas, althans zo klonk het in die onaardse stilte. Nooit daarvoor en ook nooit na deze avond heb ik een
zelfde stilte "gehoord".
Door de pitlane lopend die speciaal voor het formule 1 circus was gebouwd zag ik in mijn nooit aflatende fantasie
bekende gezichten rondlopen. Als geesten vanuit een andere wereld. Al mijmerend liep ik naar de pitwall, zag een
opening en liep het circuit op, precies op de plaats waar de formule 1 wagens altijd staan opgesteld voor de start van
een race. Uiteraard zag ik in mijn verbeelding de grote namen uit de autosport in hun wagen zitten, terwijl monteurs om
de wagens heen zwermden, nog een laatste handeling verrichtend om deze kapitalen op wielen voor te bereiden op de start
van de race.
Ik slenterde richting de eerste startpositie. Op de plaats van de pole position, herkenbaar aan een vage witte lijn
op het asfalt, bleef ik staan. Daar op het asfalt had iemand met witte verf een naam geschilderd. SENNA, stond er met
grote letters. Starend naar de alweer enigszins vervaagde letters, als een herinnering aan een vergrijzend verleden,
zag ik de afgebroken racecarrière van de keizer van de pole position aan me voorbijgaan. Het was op die bewuste
avond alweer enkele jaren geleden dat Ayrton
Senna de controle over zijn leven verloor en de weg ging die iedere sterveling zal gaan. Ik zag de beelden weer
voor me van de rondtollende Williams bolide die, zwaar gehavend na de klap tegen de muur in de Tamburello bocht op het
circuit van Imola, tot stilstand kwam. Een bewegingloze Ayrton Senna met zich meevoerend. De bijna bovennatuurlijke
stilte, daar op het historische asfalt in de Belgische Ardennen, schakelde mijn gedachten onvermijdelijk naar de filosofische
modus. Daar eenmaal aangekomen, balancerend op het wankele touw dat men “de zin van het leven” pleegt te
noemen was de sprong naar de eeuwigheid niet groot meer. Een eeuwigheid waar ik middels deze website al een aantal jaren
de aandacht op probeer te vestigen. Want zoals ik op enkele andere pagina's van deze site al heb aangetoond is de schreeuwerige
“wetenschap” nooit in staat geweest om het bestaan van onze Schepper uit te sluiten.
Alles wat mensen belangrijk vinden kent een einde. Ook de autosport is slechts een bezigheid die eindig is, evenals
de levens van de vele coureurs die, ondanks hun reputatie, hun spel met de dood verloren en dit aardse leven voortijdig
achter zich moesten laten. Een lot dat zelfs de keizer van de pole-position niet bespaard bleef. Over de eindigheid
aller dingen lees ik in 1 Johannes 2:17: “En de wereld gaat voorbij en haar begeren,
maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” Het werd me, starend naar de vervagende naam daar op
het asfalt in de Ardennen, weer eens duidelijk dat de wereld voorbij zal gaan. De wereld zoals die nu nog is. En dat
alle stervelingen die niets anders hebben in hun leven dan de dingen die voorbijgaan eveneens de eeuwigheid zullen missen
die onze Schepper voor de mens had klaarliggen.
De kortheid van dit leven was ook tot Ayrton Senna doorgedrongen. In een interview met één van zijn
familieleden werd herinnerd aan de titanenstrijd tussen Ayrton Senna en zijn rivaal Alain Prost. Op de vraag of Senna
Alain Prost als zijn vijand zag had Senna eens geantwoord: “Life is too short to have
enemies.” In hoeverre hij deze wijze uitspraak in zijn eigen leven in praktijk heeft kunnen brengen is mij
uiteraard niet bekend.
Wat ik wel weet is dat de wereld er heel anders uit zou zien als de mensheid dit in praktijk zou brengen. Wat ik ook
weet is dat dit niet zal gebeuren in de wereld zoals die nu is. De bijbel is er duidelijk over dat de
verdorvenheid, wetteloosheid en goddeloosheid alleen maar zullen toenemen. Totdat.... onze Schepper zelf zal ingrijpen.
Als de tijd aanbreekt dat de wolf en het lam samen zullen grazen. Dat vinden wij in Jesaja
65:25: “De wolf en het lam zullen tezamen weiden en de leeuw zal stro eten als het rund, en de slang zal
stof tot spijze hebben; zij zullen geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, zegt de
Here.”
Op het verstilde circuit van Spa-Francorchamps waar de natuur die avond als door een onzichtbare hand was stilgelegd
werd ik weer herinnerd aan de kortheid van ons aardse leven. Daarover filosoferend had ik in het verleden al eens de
levens van Ayrton Senna, Michael Jackson en dat van mezelf vergeleken. Wij waren namelijk van ongeveer dezelfde
leeftijd. Michael Jackson een jaartje ouder en Ayrton Senna een jaartje jonger dan ik. Beide beroemde heren hadden een,
althans naar de maatstaven van deze wereld, indrukwekkende carrière op hun naam staan. Nu ik in het jaar onzes
Heeren 2014 terugkijk ben ik, de anonieme nul van niks, de enige van de drie die nog hier is. Mijn beroemde
leeftijdgenoten zijn voortijdig aan hun eind gekomen.
De moraal van dit verhaal: de uitspraak die Senna ons naliet: “Life is too short to have
enemies” is in een andere vorm ook in de bijbel te vinden en wel in Efeze 6:12:
“want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen
de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.” Onze werkelijke vijanden
zwermen dan ook dagelijks om ons heen en zullen geen kans onbenut laten om ieder oprecht kind van God pootje te
haken.
Als mensen zich in dit korte leven desondanks als haters en vijanden gedragen tegenover hen die in dienst staan van de
allerhoogste God zijn zij een speelbal en een werktuig in de handen van de boze geesten die op hun beurt in dienst
staan van de satan. Over die haat zei Jezus tegen Zijn discipelen in Joh. 15:18-19:
“Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. Indien gij van de wereld waart, zou de
wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat
u de wereld.” Er zijn dus mensen die er in dit korte leven wel “vijanden” op na houden. In het geval
zij daarin tot aan hun dood toe hardnekkig blijven volharden zullen zij uiteindelijk tot in eeuwigheid
één vijand overhouden: hun eigen Schepper!!